ECLI:NL:RVS:2015:1377
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor inrichting ondanks beroepsgronden appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Stein verleende op 8 mei 2013 een omgevingsvergunning aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het op- en overslaan van afvalstoffen, het stallen van containers en het hebben van een was- en tankplaats aan een locatie in Stein.
Appellant, wonende te Urmond, maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde beroep in bij de rechtbank Limburg, die op 3 september 2014 het beroep ongegrond verklaarde. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep trok appellant enkele beroepsgronden in en voerde onder meer aan dat het college niet bevoegd was, dat de hoorplicht was geschonden, dat de vergunning in strijd was met een eerdere onherroepelijke uitspraak en brief van de Raad van State, en dat sprake was van meineed. De Afdeling verwierp deze gronden, onder meer omdat de hoorplicht- en bevoegdheidsgronden waren ingetrokken, de planologische toetsing door het college juist was en het betoog over meineed niet relevant was voor de rechtmatigheid van het besluit.
Daarnaast liet de Afdeling een nieuwe beroepsgrond over een rattenplaag buiten beschouwing omdat deze niet eerder was ingebracht bij de rechtbank. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.