ECLI:NL:RVS:2015:1345
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling van vreemdelingen zonder vergunning
De minister legde aan [appellante] een boete van €48.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Uit onderzoek bleek dat meerdere Bulgaarse en een Turkse vreemdeling zonder vergunning arbeid verrichtten. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde of de Bulgaarse vreemdelingen als zelfstandigen konden worden aangemerkt, maar concludeerde dat zij onder gezag van [appellante] werkten, mede gelet op verklaringen van de wettelijk vertegenwoordiger die toezicht en aanwijzingen gaf. Ook oordeelde de Raad dat [appellante] onvoldoende bewijs leverde dat de vreemdelingen recht hadden op een uitzondering op de vergunningplicht.
Verder werd geoordeeld dat [appellante] haar vergewisplicht niet had nageleefd door voorafgaand aan de tewerkstelling niet te controleren of de Wav werd nageleefd. De boete werd niet gematigd omdat er geen sprake was van verminderd verwijt, financieel voordeel of eerdere overtredingen. Ook het beroep op onevenredigheid van de boete faalde wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €48.000 wegens illegale tewerkstelling zonder vergunning en wijst het hoger beroep af.