ECLI:NL:RVS:2015:1337
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang wegens onjuiste toerekening overtreding afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had op 27 januari 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het onjuist aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen en de kosten daarvan aan appellant opgelegd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 10 april 2014 werd afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde in een tussenuitspraak dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de overtreding aan appellant kon worden toegerekend. Het college motiveerde nader dat de locatie waar de afvaldoos was achtergelaten tot de openbare ruimte zou behoren. Appellant betwistte dit en stelde dat de plek onder het afdak van zijn woning geen openbare ruimte is.
Op basis van foto’s en de feitelijke inrichting van de locatie concludeerde de Afdeling dat het portiek bij de voordeur niet bedoeld is voor algemeen gebruik en niet tot de openbare ruimte behoort. Hierdoor kon appellant niet verantwoordelijk worden gehouden voor de overtreding. Het college had het besluit van 27 januari 2014 ten onrechte niet herroepen. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het bestuursdwangbesluit, waarbij de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit waarin appellant verantwoordelijk werd gehouden voor het onjuist aanbieden van afvalstoffen is vernietigd en het bestuursdwangbesluit herroepen.