ECLI:NL:RVS:2015:1329
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N.S.J. Koeman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tegemoetkoming in planschade wegens planologische verslechtering door wijziging bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Weert wees het verzoek van appellant om tegemoetkoming in planschade af na wijzigingen in het bestemmingsplan die milieucategorie 4 activiteiten toestonden nabij de bedrijfswoning en het bedrijfsperceel van appellant.
Appellant stelde dat deze wijzigingen leidden tot toegenomen hinder en waardevermindering van zijn percelen. De SAOZ adviseerde dat er geen planologische verslechtering was en dat de schade binnen het normaal maatschappelijk risico viel. De rechtbank vond dit advies gebrekkig en benoemde de StAB als deskundige, die concludeerde dat wel degelijk sprake was van een planologische verslechtering en dat de schade aanzienlijk was.
De rechtbank vernietigde het besluit van het college en bepaalde dat appellant recht had op een tegemoetkoming van € 73.760,00, vermeerderd met wettelijke rente. Het college stelde hoger beroep in, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht het StAB-advies volgde, dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het SAOZ-advies gevolgd kon worden en dat appellant in de beroepsfase concrete aanknopingspunten had aangedragen.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en legde griffierecht op. De planologische verslechtering en waardedaling als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan rechtvaardigen de tegemoetkoming.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, waarbij het college een tegemoetkoming in planschade moet betalen.