ECLI:NL:RVS:2015:1310
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling was geconfronteerd met een inreisverbod en een vrijheidsontnemende maatregel, beide opgelegd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op 16 februari 2015. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tevens om toekenning van schadevergoeding.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet uitdrukkelijk had beslist op het beroep dat de vrijheidsontnemende maatregel onvoldoende was gemotiveerd, met name over het zicht op uitzetting en de mogelijkheid van minder dwingende maatregelen. De Raad sloot zich aan bij een eerdere uitspraak waarin dit een reden was voor vernietiging van de maatregel.
Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank in zaak nr. 15/3273 vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven met ingang van de dag van de uitspraak. Daarnaast werd een schadevergoeding van €4.290 toegekend over de periode van 16 februari 2015 tot de opheffing van de maatregel. De uitspraak in zaak nr. 15/3276 bleef ongewijzigd. Tot slot werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.470 ten behoeve van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven en een schadevergoeding toegekend.