ECLI:NL:RVS:2015:1295
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding proceskosten voor beroepsmatige rechtsbijstand bij bezwaar kinderopvangtoeslag
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de Belastingdienst/Toeslagen inzake de vaststelling van kinderopvangtoeslag over 2010 en de vergoeding van proceskosten in bezwaar. De Belastingdienst had aanvankelijk de toeslag vastgesteld en later herzien, maar weigerde vergoeding van proceskosten toe te kennen voor de door appellant ingeschakelde rechtsbijstand.
De rechtbank vernietigde het besluit deels omdat niet op het verzoek om vergoeding was beslist en wees het verzoek zelf af, stellende dat de rechtsbijstand niet beroepsmatig was verleend. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de rechtsbijstand niet beroepsmatig was, gelet op de aard van de werkzaamheden en relevante juridische kennis van de bijstandverlener.
Verder oordeelt de Raad dat de Belastingdienst onrechtmatig heeft gehandeld door niet in het besluit op bezwaar te beslissen over het verzoek om vergoeding, waardoor het besluit vernietigd wordt voor zover het verzoek is afgewezen. De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in bezwaar en hoger beroep, alsmede het griffierecht. De uitspraak van de rechtbank wordt voor het overige bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit dat het verzoek om vergoeding van proceskosten in bezwaar afwees en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.