ECLI:NL:RVS:2015:1294
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens beëindiging beschermingsbeleid Ivoorkust
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 11 maart 2014 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling ingetrokken. De rechtbank Den Haag had dit besluit vernietigd omdat zij oordeelde dat de intrekking met terugwerkende kracht in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de vergunning tijdelijk was en dat de vreemdeling na publicatie van het besluit tot beëindiging van het beschermingsbeleid voor Ivoorkust rekening had kunnen houden met rechtsherstel. De Raad van State overwoog dat het wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2000 (WBV) op 3 september 2010 in werking trad zonder terugwerkende kracht.
De intrekking met terugwerkende kracht tot 30 juni 2010 was daarom niet toegestaan; de terugwerkende kracht kan slechts tot de datum van inwerkingtreding van het WBV worden toegepast. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een aangepaste motivering.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €490,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot vóór 3 september 2010 is niet toegestaan; het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.