ECLI:NL:RVS:2015:1287
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken bewijs identiteit en nationaliteit
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om hem en zijn minderjarige kinderen het Nederlanderschap te verlenen afgewezen omdat de identiteit en nationaliteit niet zijn vastgesteld. Appellant had geen gelegaliseerde geboorteakte of geldig buitenlands reisdocument overgelegd, en bewijsnood werd niet aangenomen.
Appellant stelde dat zijn identiteit en nationaliteit reeds in eerdere verblijfsrechtelijke procedures waren vastgesteld en dat het onredelijk was om opnieuw bewijs te verlangen. De rechtbank oordeelde dat het beleid van de staatssecretaris om gelegaliseerde documenten te eisen niet onredelijk is en niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel of het EVRM.
Verder voerde appellant aan dat het voor hem onmogelijk was de vereiste documenten te verkrijgen vanwege de situatie in Soedan en dat hij bewijsnood had. De rechtbank vond dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij de documenten niet kon verkrijgen, ook niet door professionele derden, en dat de veiligheidssituatie in Soedan geen bewijsnood rechtvaardigde.
Ten slotte stelde appellant dat de staatssecretaris ten onrechte van het horen in de bezwaarfase had afgezien. De rechtbank oordeelde dat dit gerechtvaardigd was omdat op voorhand kon worden vastgesteld dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.