ECLI:NL:RVS:2015:1259
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 1 oktober 2009 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat bij terugkeer naar het land van herkomst geen reëel risico bestond op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Na een tussenuitspraak en een nader gemotiveerd besluit bleef de motivering gebrekkig, waarop de rechtbank het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de grieven van de staatssecretaris niet slagen omdat het motiveringsgebrek niet is hersteld. Het hoger beroep van de vreemdeling is gegrond omdat het nieuwe besluit van 14 april 2014 opnieuw onvoldoende gemotiveerd is en niet ingaat op alle door de vreemdeling aangevoerde risicofactoren.
De Afdeling bevestigt de eerdere uitspraken, vernietigt het besluit van 14 april 2014 en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €980,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 14 april 2014 tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.