ECLI:NL:RVS:2015:1242
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en invordering dwangsommen wegens niet-agrarisch gebruik perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde appellant een last onder dwangsom op om het niet-agrarische, bedrijfsmatige gebruik van een perceel te Lunteren te beëindigen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en de daarop volgende invorderingsbesluiten van dwangsommen, welke door de rechtbank werden afgewezen.
In hoger beroep betoogde appellant dat het controlerapport en de bijbehorende foto’s onzorgvuldig waren en onvoldoende bewijs leverden voor de overtreding. Ook stelde appellant dat het college geen redelijke belangenafweging had gemaakt bij de invordering van de dwangsommen, gezien zijn hoge leeftijd en financiële situatie. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het controlerapport wel degelijk voldoende zorgvuldig en controleerbaar was, met duidelijke datums, posities en kadastrale grenzen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het perceel in strijd met de bestemming werd gebruikt en dat het college bevoegd was tot handhaving.
Verder stelde de Afdeling dat het belang van invordering van dwangsommen zwaarwegend is en dat alleen in bijzondere omstandigheden van invordering kan worden afgezien. De door appellant aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de handhavings- en invorderingsbesluiten wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.