ECLI:NL:RVS:2015:1236
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake openbaarmaking documenten Wob-verzoek
De minister van Veiligheid en Justitie wees een Wob-verzoek van appellante af omdat de gevraagde documenten niet in bezit waren van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM). Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de minister kennelijk ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en stelde een dwangsom vast wegens het niet tijdig beslissen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond was verklaard. De minister voerde aan dat het verzoek geen betrekking kon hebben op documenten die na het verzoek waren vervaardigd en dat het zaakoverzicht reeds openbaar was gemaakt door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond was verklaard, omdat het zaakoverzicht reeds openbaar was gemaakt. Ook het beroep tegen de dwangsom werd gegrond verklaard. Het incidenteel hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep tegen het besluit van 28 november 2013 alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 28 november 2013 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.