ECLI:NL:RVS:2015:1232
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- K.J.M. Mortelmans
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onbevoegdheid inzake openbaarmaking rechterlijke uitspraken
Appellant verzocht de minister op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om toezending van afschriften van rechtbankuitspraken over het woonplaatsvereiste in de Wet studiefinanciering 2000 en het Unierecht. De minister beschouwde het verzoek niet als een Wob-verzoek maar als een burgerbrief en verstrekte enkele geanonimiseerde uitspraken en LJN-nummers.
De rechtbank Gelderland oordeelde dat de minister onrechtmatig had gehandeld door niet tijdig te beslissen en stelde een dwangsom vast. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State, die oordeelde dat de artikelen 8:78 en 8:79 Awb een bijzondere, uitputtende regeling voor openbaarmaking van rechterlijke uitspraken bevatten, waardoor de Wob niet van toepassing is.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde deze onbevoegd kennis te nemen van het beroep, omdat het niet tijdig nemen van een besluit niet als besluit in de zin van de Awb kan worden aangemerkt in deze context. Het incidenteel hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Gelderland wordt vernietigd en de rechtbank wordt onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep.