ECLI:NL:RVS:2015:1190
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling van vreemdelingen zonder vergunning
De minister legde appellanten een boete van €72.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat negen Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtten bij het bedrijf waarvan appellanten vennoten waren.
Appellanten voerden aan dat de vreemdelingen als zelfstandigen werkten en dat zij de juiste documenten hadden, maar de rechtbank oordeelde dat sprake was van een gezagsverhouding en dat de vreemdelingen niet als zelfstandigen konden worden beschouwd. Ook het inschrijven bij de Kamer van Koophandel en het zelf bepalen van tarieven veranderde dit oordeel niet.
Verder betoogden appellanten dat de boete gematigd moest worden vanwege verminderde verwijtbaarheid en hun financiële situatie. De Raad van State oordeelde dat het aan appellanten was om de juiste instanties te raadplegen en dat het afdragen van belastingen en premies geen grond voor matiging bood. Ook was onvoldoende inzicht gegeven in de financiële situatie om matiging te rechtvaardigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €72.000 wegens illegale tewerkstelling zonder vergunning.