ECLI:NL:RVS:2015:1147
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling wegens ontbreken zicht op uitzetting
De vreemdeling had tegen het verlengingsbesluit van 20 februari 2015, waarbij de bewaringsmaatregel met maximaal twaalf maanden werd verlengd, beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat sinds 9 december 2014 het zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn ontbreekt. Hierdoor is de voortzetting van de bewaringsmaatregel vanaf 23 februari 2015 onrechtmatig. De grief van de vreemdeling slaagt dan ook en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het verlengingsbesluit wordt alsnog gegrond verklaard. De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven met ingang van de dag van de uitspraak. Tevens wordt aan de vreemdeling een vergoeding toegekend over de periode van onrechtmatige vrijheidsontneming en worden de proceskosten van de vreemdeling vergoed.
Uitkomst: De verlenging van de bewaringsmaatregel wordt vernietigd en de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven met vergoeding aan de vreemdeling.