ECLI:NL:RVS:2015:114
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betalingskosten
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 aan appellante herzien en een bedrag aan teveel uitbetaalde voorschotten teruggevorderd. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij wel degelijk een overeenkomst had met het gastouderbureau en kosten had gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat uit diverse stukken, waaronder een overeenkomst, jaaroverzichten en belastingaangifte van de gastouder, blijkt dat de opvang heeft plaatsgevonden en kosten zijn gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellante niet heeft aangetoond dat zij de kosten daadwerkelijk heeft betaald. De overgelegde bankafschriften en belastingaangifte boden onvoldoende bewijs, mede omdat bedragen niet overeenkwamen en de gastouder verklaarde dat betaling deels in natura of contant plaatsvond.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het beroep van appellante. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2015.
Uitkomst: De herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag en de terugvordering zijn terecht omdat appellante onvoldoende heeft aangetoond dat zij de kosten voor gastouderopvang heeft betaald.