ECLI:NL:RVS:2015:1126
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens illegale tewerkstelling vreemdelingen
De minister legde op 13 november 2012 een boete van €16.000 op aan [appellante] wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar en meerdere rechterlijke uitspraken werd de boete uiteindelijk gematigd tot €6.000.
[Appellante] stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 oktober 2014, die de boete handhaafde. Zij voerde aan dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom zowel zij als haar opdrachtgever waren beboet en dat sprake was van een schending van het ne bis in idem-beginsel.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de minister zijn besluit voldoende had gemotiveerd, dat het ne bis in idem-beginsel niet was geschonden en dat het boetebedrag proportioneel was. De minister mocht meerdere werkgevers in een keten beboeten en de doorbelasting van de boete door de opdrachtgever aan [appellante] was een zakelijk risico.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de boete van €6.000 gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €6.000 wegens illegale tewerkstelling en verklaart het hoger beroep ongegrond.