ECLI:NL:RVS:2015:1093
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning horeca wegens geweldsincidenten en verlies vertrouwen
De burgemeester van Rotterdam heeft op 23 mei 2013 de exploitatievergunning van appellant voor een horecagelegenheid in Rotterdam ingetrokken vanwege ernstige geweldsincidenten, waaronder mishandeling van een vriendin op 27 april 2013 en agressief gedrag jegens politie op 24 januari 2013. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde. In hoger beroep bij de Raad van State werd het besluit van de rechtbank bevestigd.
De burgemeester baseerde zijn besluit op de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 en de Horecanota Rotterdam 2012-2016, waarin is bepaald dat bij ernstige geweldsincidenten en herhaaldelijke overtredingen het vertrouwen in de ondernemer kan worden opgezegd en de vergunning kan worden ingetrokken. De rapportage van de politie en ambtsberichten vormden de feitelijke grondslag voor het besluit.
Appellant voerde aan dat het geweldsincident minder ernstig was dan aanvankelijk gedacht en dat de burgemeester had moeten volstaan met een tijdelijke intrekking. De Raad van State oordeelde echter dat de ernst van het incident voldoende was vastgesteld en dat het beleid van de burgemeester om bij herhaalde geweldsincidenten de vergunning in te trekken, rechtmatig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning wordt bevestigd vanwege ernstige geweldsincidenten en het wegvallen van het vertrouwen in de ondernemer.