ECLI:NL:RVS:2015:1084
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag wegens verblijf partner buiten Nederland
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 30 september 2009 de voorschotten kinderopvangtoeslag voor 2008 en 2009 aan appellante herzien naar nihil. Appellante maakte bezwaar, dat bij besluit van 12 juli 2013 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de echtgenoot van appellante als toeslagpartner kon worden aangemerkt. De Raad van State oordeelde dat de echtgenoot tot 3 juni 2009 niet in Nederland verbleef, waardoor appellante geen aanspraak had op toeslag over die periode. De rechtbank had ten onrechte niet onderkend dat vanaf 3 juni 2009 de echtgenoot wel in Nederland verbleef en als partner moest worden beschouwd.
Verder stelde appellante dat zij kosten voor kinderopvang had gemaakt in 2008 en 2009. De Raad van State oordeelde dat zij dit niet voldoende had aangetoond voor 2009, ondanks het overleggen van een jaaropgave, bankafschriften en kwitanties. De stukken boden onvoldoende bewijs dat de kosten daadwerkelijk waren betaald en betrekking hadden op kinderopvang.
Gelet op deze overwegingen bevestigde de Raad van State het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om de toeslag voor 2008 en 2009 op nihil te stellen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, maar de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor zover aangevallen. Appellante kreeg het betaalde griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij de kinderopvangtoeslag voor 2008 en 2009 terecht op nihil is gesteld.