ECLI:NL:RVS:2015:1070
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- T.G.M. Simons
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking rangschikking landgoed onder Natuurschoonwet wegens niet-uitvoering beplantingsplan
De staatssecretaris trok bij besluit van 6 november 2012 de rangschikking van het landgoed van appellant onder de Natuurschoonwet 1928 in, omdat niet was voldaan aan het vereiste dat ten minste 30% van het landgoed met houtopstanden of natuurterreinen moest zijn bezet. Appellant had een beplantingsplan ingediend maar dit niet tijdig uitgevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en oordeelde dat de teammanager bevoegd was het besluit op bezwaar te nemen, ondanks een formeel gebrek dat werd bekrachtigd. Tevens werd geoordeeld dat de intrekking niet in strijd was met rechtszekerheid en dat de inspecties rechtmatig waren uitgevoerd.
Appellant voerde aan dat overmacht door herverkaveling de uitvoering van het beplantingsplan onmogelijk maakte, maar dit werd verworpen omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het beplantingsplan binnen de wettelijke termijn niet kon worden uitgevoerd. De Afdeling bevestigde het bestreden vonnis en wees het verzoek om schadevergoeding af, terwijl de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de rangschikking van het landgoed onder de Natuurschoonwet wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.