ECLI:NL:RVS:2015:1055
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere subsidievaststelling wegens niet uitgevoerde projectactiviteiten
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân verleende aan appellante een subsidie voor een kwaliteitsverbeteringsproject. Bij de subsidievaststelling stelde het college vast dat meerdere activiteiten uit de projectbegroting niet of niet geheel waren uitgevoerd en dat nieuwe investeringen zonder voorafgaande goedkeuring waren gedaan. Hierdoor werd de subsidie verlaagd tot € 19.493,88.
Appellante betoogde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat zij grote wijzigingen in het project had moeten melden en dat de nieuwe investeringen kleine wijzigingen betroffen die niet vooraf gemeld hoefden te worden. Tevens stelde zij dat het college tekort was geschoten in het verschaffen van duidelijkheid en dat eerdere beschikkingen nieuwe investeringen zonder wijziging van de subsidie toestonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de projectbegroting bepalend is voor de subsidievaststelling en dat nieuwe activiteiten alleen subsidiabel zijn indien het college deze vooraf heeft goedgekeurd. Omdat appellante geen tijdige wijzigingsaanvraag had ingediend, was het college bevoegd de subsidie te verlagen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de lagere subsidievaststelling bevestigd.