ECLI:NL:RVS:2015:1050
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring van geschiktheid voor rijbewijzen categorie C, CE, D, DE wegens functieverlies benen
Appellant, die als gevolg van een partiële dwarslaesie functieverlies in beide onderbenen heeft, vroeg het CBR om een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen van de categorieën C, CE, D en DE. Het CBR weigerde deze verklaring vanwege de medische beperkingen die volgens de Regeling eisen stellen aan lichamelijke en geestelijke geschiktheid.
Appellant stelde dat hij, ondanks zijn beperkingen, met aanpassingen aan zijn voertuig geschikt is om te rijden en dat het CBR in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel handelt door zijn eerdere positieve beoordeling te herzien. De rechtbank en vervolgens de Raad van State oordeelden echter dat de functiestoornis interfererend is met de rijgeschiktheid en dat de Regeling geen ruimte laat voor individuele aanpassingen bij deze beoordeling.
Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak bevestigt dat het CBR gebonden is aan de Regeling en geen verklaring van geschiktheid mag afgeven indien sprake is van een met rijgeschiktheid interfererende functiestoornis, ongeacht voertuigaanpassingen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de weigering van het CBR om een verklaring van geschiktheid voor rijbewijzen van categorie C, CE, D en DE af te geven is ongegrond verklaard.