ECLI:NL:RVS:2015:1042
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- W.J. Deetman
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt behoud agrarische bestemming in bestemmingsplan Lijnden ondanks bezwaren
De raad van de gemeente Haarlemmermeer stelde op 4 juli 2013 het bestemmingsplan "Lijnden" vast, dat grotendeels conserverend van aard is en aansluit bij eerdere planregelingen en het provinciale beleidskader. Diverse partijen, waaronder Lijnden West Vastgoed II en anderen, NOBA en individuele appellanten, maakten bezwaar tegen dit plan en dienden beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Een belangrijk punt van geschil was de bestemming van verschillende percelen, waarbij appellanten stelden dat de toegekende bestemmingen niet uitvoerbaar waren of niet aansloten bij het feitelijk gebruik. Zo betoogde een appellant dat zijn perceel ten onrechte een agrarische bestemming had terwijl het niet agrarisch werd gebruikt en een ander appellant wilde bebouwing realiseren waar het plan dit niet toestond. De raad verdedigde het plan met verwijzing naar provinciaal beleid, behoud van openheid van het landschap en verkeerskundige overwegingen.
De Afdeling oordeelde dat het plan in redelijkheid tot stand is gekomen en dat de bestemmingen passend zijn, mede gelet op het conserverende karakter en het provinciale Rijksbufferzonebeleid. Wel stelde de Afdeling vast dat er sprake was van een rechtsonzekere situatie doordat de digitale versie van het plan op de landelijke voorziening niet overeenkwam met het vaststellingsbesluit en dat de gemeente dit niet adequaat had gecommuniceerd. Daarom werd de gemeente opgedragen dit gebrek binnen vier weken te herstellen.
De beroepen van twee appellanten werden ongegrond verklaard, terwijl het beroep van een andere appellant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het herstelbesluit. De raad werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan een appellant. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige communicatie en rechtszekerheid bij bestemmingsplannen.
Uitkomst: Beroepen grotendeels ongegrond, herstelplicht opgelegd vanwege rechtsonzekere situatie, proceskostenveroordeling voor gemeente.