ECLI:NL:RVS:2014:977
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kosten bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 21 februari 2013 schriftelijk bevestigd dat op 15 februari 2013 spoedeisende bestuursdwang is toegepast tegen appellante wegens het aanbieden van huishoudelijk afval in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van een huisvuilzak die op een locatie werd aangetroffen waar gebruik van een ondergrondse restafvalcontainer verplicht is. De kosten van deze bestuursdwang (€119) werden aan appellante opgelegd.
Appellante voerde aan dat zij niet op de locatie woont waar de overtreding is geconstateerd en dat zij de aankondigingsbrief over de nieuwe inzamelvoorzieningen niet heeft ontvangen. Ook stelde zij dat het college onzorgvuldig handelde door slechts één brief te verstrekken en dat een overgangstermijn had moeten gelden. Tevens stelde zij dat de kosten een te grote aanslag op haar budget vormen.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was tot bestuursdwang en dat de kostenverhaalregeling terecht is toegepast. Het college had de overtreding terecht aan appellante toegerekend omdat de huisvuilzak aan haar kon worden herleid. De aankondiging van de wijziging was op juiste wijze bekendgemaakt via besluiten en publicaties, waardoor het niet ontvangen van de brief niet relevant was. Er was geen grond voor een overgangstermijn of coulance. Ook de financiële situatie van appellante vormde geen reden om van kostenverhaal af te zien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van kosten voor bestuursdwang wegens onjuist aanbieden van huishoudelijk afval wordt ongegrond verklaard.