ECLI:NL:RVS:2014:960
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling met minderjarige kinderen
De minister van Immigratie, Integratie en Asiel wees op 31 januari 2012 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de minister op 18 juni 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd hoe de belangen van de minderjarige kinderen waren meegewogen in de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris had het algemeen belang van een restrictief toelatingsbeleid afgewogen tegen het gezinsleven en daarbij het belang van de Nederlandse staat doorslaggevend geacht, mede omdat de vreemdeling illegaal verbleef en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gezinsleven in Nederland daadwerkelijk werd uitgeoefend.
De Afdeling stelde vast dat de belangenafweging van de staatssecretaris zorgvuldig was en dat geen sprake was van een uitzonderlijke situatie die een schending van artikel 8 EVRM Pro zou opleveren. Ook de beroepen op artikel 3 IVRK Pro, artikel 24 Handvest Pro en het arrest Ruiz Zambrano werden verworpen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bekrachtigd.