ECLI:NL:RVS:2014:957
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over uitstel van uitzetting vreemdeling wegens medische behandeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend om op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft vanwege medische behandeling. De minister verleende uitstel van vertrek tot 18 april 2013. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk, omdat zij oordeelde dat hij geen belang had bij het beroep.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij geen belang had, omdat hij op grond van een eerdere voorlopige voorziening rechtmatig verblijf had en het beroep ertoe kan leiden dat hij eerder in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met medische behandeling.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet had onderkend dat het beroep de vreemdeling in een gunstigere positie kan brengen, omdat het Vreemdelingenbesluit 2000 bepaalt dat bij het bestaan van uitzettingsbeletselen van ten minste een jaar bepaalde afwijzingsgronden niet tegen de vreemdeling kunnen worden ingeroepen. Daarom heeft de vreemdeling wel degelijk belang bij het beroep.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, wees de zaak terug voor herbehandeling en stelde de proceskosten vast. Tevens werd het betaalde griffierecht aan de vreemdeling terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.