ECLI:NL:RVS:2014:948
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag hoger beroep ingesteld, nadat de rechtbank het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gegrond had verklaard.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het asielrelaas van de vreemdeling ongeloofwaardig was, mede omdat de uitkomsten van het documentenonderzoek door Bureau Documenten alleen onvoldoende zouden zijn om het relaas te verwerpen. De staatssecretaris voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het deskundigenadvies van Bureau Documenten onvoldoende had betrokken en dat de rechtbank haar eigen oordeel had gesteld in plaats van terughoudend te toetsen.
De Raad van State overweegt dat de beoordeling van de authenticiteit van documenten een specifieke deskundigheid vereist en dat de staatssecretaris in beginsel van de juistheid van het deskundigenadvies mag uitgaan, tenzij dit wordt weerlegd door een andersluidend deskundigenrapport. De Afdeling stelt vast dat de rechtbank onvoldoende terughoudend heeft getoetst en dat de staatssecretaris zijn standpunt met voldoende motivering heeft onderbouwd.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.