ECLI:NL:RVS:2014:946
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en afwijzing beroep verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende medische gronden
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 22 maart 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat onvoldoende was ingegaan op de stelling van de vreemdeling dat overdracht aan Italië vanwege zijn medische situatie zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. De vreemdeling had niet aannemelijk gemaakt dat hij in Italië geen adequate medische zorg kan ontvangen, mede gelet op een rapport van Borderline Europe en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Daarnaast werd overwogen dat de staatssecretaris voorafgaand aan overdracht contact opneemt met de Italiaanse autoriteiten om persoonlijke omstandigheden en hulpbehoefte onder de aandacht te brengen. De vreemdeling had ook betoogd dat hij en zijn gezin bedreigd worden door mensensmokkelaars, maar dit was onvoldoende onderbouwd en faalde.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.