ECLI:NL:RVS:2014:876
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geschiktheid voor rijbewijs categorie B wegens gebruik benzodiazepinen
Het CBR heeft op 1 augustus 2012 geweigerd een verklaring van geschiktheid af te geven aan appellant voor het besturen van motorrijtuigen van categorie B, omdat hij benzodiazepinen gebruikte die volgens de geldende regelgeving een ernstige negatieve invloed op de rijvaardigheid hebben.
Appellant had bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat door het CBR ongegrond werd verklaard. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het CBR gebonden is aan de Regeling eisen geschiktheid 2000 en de bijbehorende bijlage, waarin het gebruik van benzodiazepinen uit categorie III leidt tot ongeschiktheid. Het medisch onderzoek van 9 juli 2012 toonde aan dat appellant deze middelen gebruikte, waardoor het CBR terecht de verklaring van geschiktheid heeft geweigerd.
Het feit dat appellant eerder onder vergelijkbare omstandigheden wel een verklaring kreeg, en dat hij na het medisch onderzoek is gestopt met het gebruik, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het CBR om appellant een verklaring van geschiktheid voor rijbewijs categorie B te verlenen wegens het gebruik van benzodiazepinen uit categorie III.