ECLI:NL:RVS:2014:873
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit zwembad en terras zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk legde aan appellant een dwangsom op om een zonder omgevingsvergunning gebouwd zwembad, terras en tuinhuis te verwijderen. Het college verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en de rechtbank bevestigde dit. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college niet bevoegd was handhavend op te treden tegen het tuinhuis, omdat dit vergunningvrij was gebouwd volgens het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichte bouwwerken. Wel was het college bevoegd tegen het zwembad en terras op te treden, omdat deze in strijd waren met het bestemmingsplan. Het beroep tegen het besluit van 19 november 2012 werd daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Appellant voerde aan dat het college vertrouwen had gewekt en dat er concreet zicht op legalisering bestond. De Afdeling verwierp deze stellingen, omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan en het voorontwerpbestemmingsplan geen concreet zicht bood. De beroepen tegen de besluiten van 20 december 2013 en 21 januari 2014 werden ongegrond verklaard.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 12 maart 2014.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit voor het tuinhuis wordt gegrond verklaard en vernietigd, de beroepen tegen latere besluiten worden ongegrond verklaard.