ECLI:NL:RVS:2014:861
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- N.S.J. Koeman
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning wegens onvoldoende motivering belangenafweging nabij melkveehouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel verleende op 17 januari 2012 een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een voormalige bedrijfsruimte tot woondoeleinden, waarbij de inhoud van de woning groter werd dan toegestaan in het bestemmingsplan. De vergunning lag in het verlengde van het bestemmingsplan en maakte gebruik van een ontheffingsbevoegdheid. [Appellant], exploitant van een nabijgelegen melkveehouderij, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege de geringe afstand tussen de woning en zijn inrichting, die volgens hem de uitbreidingsmogelijkheden van zijn bedrijf zou belemmeren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van [appellant] gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarna het college opnieuw op bezwaar besloot het bezwaar ongegrond te verklaren. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het hoger beroep en stelde vast dat de afstand tussen de bedrijfswoning en de inrichting minder dan 50 meter bedroeg, hetgeen relevant is voor de toepassing van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de belangen van [appellant] niet werden geschaad door de vergunningverlening.
De Afdeling bevestigde dat de voortzetting van de huidige bedrijfsvoering van de inrichting zonder vergunning mogelijk is, maar dat de vergunningverlening de uitbreidingsmogelijkheden van de inrichting verder beperkt doordat emissiepunten verder moeten worden verplaatst. Dit was onvoldoende betrokken in de belangenafweging van het college, waardoor het besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel van artikel 7:12 Awb Pro. Het besluit van 20 augustus 2013 werd vernietigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 20 augustus 2013 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de belangenafweging en het college moet opnieuw beslissen.