ECLI:NL:RVS:2014:851
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid bekering bij asielaanvraag uit Iran
De staatssecretaris wees op 30 november 2012 de aanvragen van twee Iraanse vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde hun beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen oordeel gaf over de geloofwaardigheid van de bekering van de vreemdelingen. De enkele plaatsing van een geloofsbelijdenis op een internetpagina en de geloofsactiviteiten in het asielzoekerscentrum zijn onvoldoende om aannemelijk te maken dat de Iraanse autoriteiten hiervan op de hoogte zijn of dat de bekering geloofwaardig is.
De Raad bevestigt dat de staatssecretaris een vaste gedragslijn toepast bij het toetsen van bekeringen, waarbij wordt gekeken naar motieven, proces van bekering en kennis van geloofspraktijken. De verklaringen van de vreemdelingen en hun pastores overtuigen niet van een welbewuste en weloverwogen bekering.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunningen asiel standhoudt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de afwijzing van hun asielaanvragen gehandhaafd.