ECLI:NL:RVS:2014:823
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- R.W.L. Loeb
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag wegens bezit en verspreiding kinderpornografie
Appellant heeft een verklaring omtrent gedrag (vog) aangevraagd voor zijn functie als ICT-professional. De staatssecretaris weigerde deze op grond van een veroordeling uit 2007 wegens bezit en verspreiding van kinderpornografie. Het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris terecht het objectieve criterium toepaste, waarbij het risico voor de samenleving bij herhaling van het strafbare feit in de functie van ICT-professional wordt meegewogen. De beschikking over computersystemen kan immers misbruikt worden voor verspreiding van kinderpornografie. Het subjectieve criterium, dat het belang van appellant kan laten prevaleren, is niet van toepassing omdat het strafbare feit zwaar is aangerekend, het tijdsverloop beperkt is en slechts één strafbaar feit in een langere periode is gepleegd.
De Raad van State bevestigt dat de beleidsregels 2012 correct zijn toegepast, ondanks dat de staatssecretaris de beleidsregels 2011 hanteerde. De toevoegingen in de 2012-regels zijn niet relevant voor deze zaak. Ook is geen sprake van een bijzondere omstandigheid die afgifte van de vog zou rechtvaardigen. De weigering heeft gevolgen voor werkzaamheden bij bepaalde opdrachtgevers, maar dit is geen reden om de weigering onrechtmatig te achten.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de verklaring omtrent gedrag vanwege het risico op herhaling van kinderpornografie.