ECLI:NL:RVS:2014:821
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden na mishandeling
De korpschef heeft op 30 augustus 2012 de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden van appellant ingetrokken na een mishandelingsincident op 29 mei 2012. Het Openbaar Ministerie bood appellant een transactie aan, maar hij weigerde deze. De voorzieningenrechter vernietigde het besluit van 6 november 2012 wegens onzorgvuldige voorbereiding, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De Raad van State oordeelt dat de korpschef zich op redelijke gronden op het standpunt mocht stellen dat appellant onvoldoende betrouwbaar is voor beveiligingswerkzaamheden. De verklaringen van slachtoffers en getuigen waren consistent en overtuigend, ondanks aanvankelijke aanwijzingen tegen een collega. Het ontbreken van camerabeelden was niet doorslaggevend omdat het incident buiten het zicht van de camera plaatsvond.
Verder is vastgesteld dat hogere eisen aan betrouwbaarheid gelden in de beveiligingsbranche. De transactie van het OM doet niet af aan de ernst van het strafbare feit. De voorzieningenrechter heeft terecht de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt bevestigd wegens onvoldoende betrouwbaarheid van appellant.