ECLI:NL:RVS:2014:773
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inreisverbod en onmiddellijke vertrekopdracht vreemdeling
De vreemdeling kreeg bij besluit van 6 oktober 2012 de opdracht om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en werd een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit niet-ontvankelijk, maar de vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat de vreemdeling via zijn partner contact hield met zijn gemachtigde en dus belang had bij een inhoudelijke beoordeling. Vervolgens toetste de Raad het besluit inhoudelijk en vond dat het besluit in strijd was met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom vernietigde de Raad van State zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van 6 oktober 2012. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot onmiddellijke vertrekopdracht en inreisverbod wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.