ECLI:NL:RVS:2014:703
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vrijheidsontnemende maatregel en terugwijzing zaak
De vreemdeling kreeg op 14 oktober 2013 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en werd de toegang tot Nederland geweigerd. Tegen deze besluiten stelde hij beroep in bij de rechtbank en administratief beroep bij de staatssecretaris. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het administratieve beroepschrift tegen de toegangsweigering niet heeft opgevraagd en behandeld als beroep. Volgens vaste jurisprudentie moet bij gelijktijdige beroepen tegen de artikel 6-maatregel en de toegangsweigering de rechtbank deze gelijktijdig behandelen, conform artikel 6 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor nieuwe behandeling. Tevens stelt de Raad de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalt dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.