ECLI:NL:RVS:2014:662
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning op grond van medische behandeling HIV
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State toetste het BMA-advies over de medische behandeling van de vreemdeling, met name over het belang van resistentietesten bij HIV-behandeling. De rechtbank had geoordeeld dat het BMA-advies onvoldoende inzicht gaf in de noodzaak van deze testen, maar de Raad oordeelde dat dit oordeel onjuist was omdat het BMA-advies zorgvuldig was en rekening hield met de specifieke situatie van de vreemdeling.
Verder oordeelde de Raad dat de staatssecretaris niet verplicht was nader te motiveren waarom de periode direct na de reis enkele dagen bedroeg en dat het BMA elke zaak op zijn eigen merites beoordeelt, ook ten aanzien van fysieke overdracht aan een medische instelling in Ghana.
De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.