ECLI:NL:RVS:2014:661
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische noodzaak resistentietesten bij HIV-behandeling vreemdeling in uitzettingsprocedure
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen zijn uitzetting gegrond verklaarde. De vreemdeling had verzocht om uitzetting achterwege te laten op grond van medische gronden, waarbij het Bureau Medische Advisering (BMA) een advies had uitgebracht over de noodzakelijkheid van medische behandeling, waaronder het uitvoeren van resistentietesten bij HIV.
De staatssecretaris stelde dat het BMA-advies onjuist was omdat niet is aangetoond dat resistentietesten een wezenlijk onderdeel van de behandeling zijn. De rechtbank oordeelde echter dat het BMA-advies en de deskundigenverklaring voldoende waren om het belang van resistentietesten aan te nemen. De Afdeling oordeelde dat er geen consensus bestaat in de medische wereld over de noodzaak van resistentietesten in alle fasen van HIV-behandeling en dat het BMA terecht uitging van de specifieke situatie van de vreemdeling en een beperkte periode van drie maanden.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris niet verplicht was nader te motiveren waarom de periode van twee weken na terugkeer uit Nigeria werd gehanteerd. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank, maar verbeterde de motivering en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit van 5 januari 2012 in stand blijven. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde motivering.