ECLI:NL:RVS:2014:649
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid en vernietiging uitspraak inzake verblijfsvergunning en inreisverbod
De vreemdeling heeft meerdere besluiten van de minister en staatssecretaris voor Immigratie en Asiel aangevochten, waaronder de buitenbehandelingstelling en afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier en asiel, alsmede de uitvaardiging van inreisverboden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het inreisverbod van 2012 niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het inreisverbod van 2012 is ingetrokken door het latere inreisverbod van 2013, waardoor het hoger beroep tegen het eerste inreisverbod niet-ontvankelijk is. Het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt echter gegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
De Afdeling stelt tevens de proceskosten in hoger beroep vast op €487 en bepaalt dat de rechtbank hierover zal beslissen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in de andere procedure.
Uitkomst: Hoger beroep tegen het inreisverbod van 2012 niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag gegrond verklaard met vernietiging en terugwijzing.