ECLI:NL:RVS:2014:628
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens medische reisbeperkingen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het oordeel dat de vreemdeling in staat was te reizen ondanks zijn medische situatie.
De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarbij de rechtbank de afwijzing vernietigde omdat het Bureau Medische Advisering (BMA) niet voldoende had toegelicht waarom het advies over de noodzaak van fysieke overdracht van medische zorg was gewijzigd. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat het aanvullende advies van het BMA van 13 april 2012 wel inzichtelijk maakte dat fysieke overdracht niet langer noodzakelijk was, en dat het besluit van de staatssecretaris zorgvuldig was genomen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De Raad van State benadrukte dat toetsing aan medische adviezen beperkt is tot de zorgvuldigheid en inzichtelijkheid van het advies, en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de medische situatie in Ghana niet actueel werd weergegeven. Het beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.