ECLI:NL:RVS:2014:627
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenstatus en verblijfsvergunning geweigerd ondanks ICC-bescherming
De zaak betreft de afwijzing van asielaanvragen van twee vreemdelingen die sinds 2011 in Nederland verblijven onder het getuigenbeschermingsprogramma van het International Criminal Court (ICC). De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees hun aanvragen af, stellende dat het ICC verantwoordelijk is voor hun bescherming en dat zij niet hoeven terug te keren naar hun land van herkomst.
De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde. De Raad van State oordeelt dat het Vluchtelingenverdrag niet vereist dat terugkeer naar het land van herkomst aan de orde is om als vluchteling te worden aangemerkt. De bescherming door het ICC sluit vluchtelingschap niet uit.
Voorts oordeelt de Raad dat de analoge toepassing van de derdelandenexcepties en van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag niet toelaatbaar is. De staatssecretaris heeft de besluiten van 9 juli 2013 vernietigd en wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen rekening houdend met deze overwegingen. De proceskosten worden aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvragen worden vernietigd en nieuwe besluiten worden opgedragen.