ECLI:NL:RVS:2014:61
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bevestigd in hoger beroep
De minister legde op 28 juli 2011 een boete van €8.000 op aan een vennootschap wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank vernietigde dit besluit en matigde de boete tot €2.000. Zowel de vennootschap als de minister gingen in hoger beroep.
De Raad van State overwoog dat de vennootschap als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen moet worden aangemerkt, ongeacht de duur, omvang of beloning van de verrichte werkzaamheden. De verklaringen van betrokkenen en het boeterapport boden voldoende bewijs dat de vreemdeling arbeid heeft verricht.
De Raad verwierp het betoog dat sprake zou zijn van verminderde verwijtbaarheid of dat de boete onevenredig was vanwege de financiële situatie van de vennootschap. Ook werd geen overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld. Het hoger beroep van de vennootschap werd ongegrond verklaard, dat van de minister gegrond, en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De boete van €8.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd en het beroep van de vennootschap ongegrond verklaard.