ECLI:NL:RVS:2014:585
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.D.M. van Diepenbeek
- W.G. Timmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bestemmingsplan Stad Appingedam inzake vergroting garageboxen
De raad van de gemeente Appingedam stelde op 19 juni 2013 het bestemmingsplan "Stad Appingedam" vast, waarin onder meer de maximale oppervlakte van garageboxen op gronden met de bestemming "Verkeer-Verblijf" werd vergroot van 20 m2 naar 40 m2. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 27 januari 2014 werden de standpunten van appellant, de raad en Woongroep Marenland behandeld. Appellant betoogde dat de vergroting van de maximale oppervlakte onnodig groot is en dat hij overlast ondervindt van het gebruik van garageboxen achter zijn woning, waarbij hij vreest voor toename van bedrijfsmatig gebruik en overlast.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de raad beleidsvrijheid heeft bij het vaststellen van bestemmingsplannen en dat de vergroting van de maximale oppervlakte is gebaseerd op een gegronde behoefte, onder meer van Woongroep Marenland. Bedrijfsmatig gebruik is niet toegestaan en eventuele overtredingen zijn handhavingskwesties. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het plan onevenredige overlast veroorzaakt.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Stad Appingedam wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.