ECLI:NL:RVS:2014:521
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A. Hagen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding planschade na wijziging bestemmingsplan Landelijk Gebied 1994
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Soest om vergoeding van planschade als gevolg van het bestemmingsplan Landelijk Gebied 1994. Het college wees dit verzoek af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met het feit dat hij door de planologische wijziging niet langer een bedrijfswoning op een perceel mocht oprichten en dat hij belemmerd werd in de exploitatie van een paardenhouderij.
De Raad van State overwoog dat het planologisch regime vóór en na de wijziging moet worden vergeleken en dat het uitgangspunt is wat maximaal op grond van het oude regime kon worden gerealiseerd. De Raad bevestigde dat volgens het oude regime geen tweede bedrijfswoning op het perceel was toegestaan nadat een deel was verkocht. Ook werd geoordeeld dat gemist voordeel uit niet aangevangen bedrijfsvoering niet voor vergoeding in aanmerking komt.
Verder werd vastgesteld dat het voordeel van de waardestijging van de boerderij op een ander perceel het nadeel van de waardedaling van het perceel met bedrijfsgebouwen overstijgt, zodat appellant per saldo geen vermogensschade heeft geleden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.