ECLI:NL:RVS:2014:506
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen onterecht vernietigd inreisverbod
Bij besluit van 9 december 2012 legde de staatssecretaris een inreisverbod op aan de vreemdeling. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het inreisverbod. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het ontbreken van een verwijzing naar het proces-verbaal in het besluit een kennelijke omissie betrof, maar dat dit geen wijziging van de strekking van het besluit inhield. Het proces-verbaal bevatte een reactie op de individuele omstandigheden van de vreemdeling, waardoor het inreisverbod voldoende was gemotiveerd.
De grief van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het inreisverbod werd vernietigd, en het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod werd alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft in stand.