ECLI:NL:RVS:2014:497
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- R.W.L. Loeb
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2010 wegens te late betaling kosten
De Belastingdienst heeft het aan appellant toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2010 herzien en vastgesteld op nihil, omdat de door appellant overgelegde facturen uit 2011 dateren en betalingen in 2011 en 2012 zijn gedaan, wat volgens de dienst te laat is om voor 2010 te worden toegerekend.
Appellant voerde aan dat geen sprake was van contante betalingen en dat haar financiële situatie een tijdige betaling belemmerde. De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de contante opnames daadwerkelijk aan het gastouderbureau waren betaald. Het geschil spitste zich toe op de betekenis van de in 2011 en 2012 gedane betalingen.
De Raad van State overwoog dat de verschuldigde kosten voor kinderopvang daadwerkelijk ten tijde van de opvang of kort daarna voldaan moeten worden. Betalingen die plaatsvonden tussen juni 2011 en februari 2012 zijn te laat om als kosten van 2010 te gelden. Het feit dat het voorschot pas eind 2010 werd betaald en het gastouderbureau wachtte op nabetalingen, rechtvaardigt de late betaling niet.
De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank dat appellant geen aanspraak heeft op kinderopvangtoeslag over 2010 en dat het voorschot terecht op nihil is vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag 2010 naar nihil bevestigd.