ECLI:NL:RVS:2014:4814
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot achterwege laten uitzetting vreemdeling
De vreemdeling had bij de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een verzoek ingediend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege zou blijven. Dit verzoek werd bij besluit van 6 september 2012 afgewezen. Vervolgens verklaarde de staatssecretaris het bezwaar tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel bij uitspraak van 23 juni 2014.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift voldeed aan de formele vereisten, maar bevatte geen gronden die tot vernietiging van de eerdere uitspraak konden leiden. Er werden geen nieuwe rechtsvragen gesteld die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2014 door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van E. Steendijk.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.