ECLI:NL:RVS:2014:4788
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning wegens medische situatie vreemdeling
De staatssecretaris wees aanvragen van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier en asiel af. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de besluiten, stellende dat de staatssecretaris onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte bij het baseren van zijn besluit op medische adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA).
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het BMA en de behandelaars van de vreemdeling wel degelijk van dezelfde medische feiten zijn uitgegaan en dat verschillen in interpretatie niet betekenen dat het BMA-advies onzorgvuldig is. Het BMA had meerdere adviezen uitgebracht, inclusief een expertise-onderzoek, waarin geen sprake was van suïcidaliteit of een medische noodsituatie die een verblijfsvergunning zou rechtvaardigen.
De Afdeling stelde dat de staatssecretaris terecht de BMA-adviezen aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn medische situatie een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdeling worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.