ECLI:NL:RVS:2014:4758
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet naleven medewerkingsplicht bij vaststelling identiteit arbeidskracht
De minister legde op 13 februari 2013 een boete van €8.000 op aan appellant wegens overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze bepaling verplicht werkgevers medewerking te verlenen aan toezichthouders bij het vaststellen van de identiteit van arbeidskrachten. De Inspectie SZW constateerde op 24 juli 2012 dat een mannelijke arbeidskracht watermeloenen sneed bij de onderneming van appellant en weigerde zijn identiteit te tonen. Appellant verleende geen medewerking aan de vaststelling van zijn identiteit, ondanks een schriftelijke vordering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling oordeelt dat appellant als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) moet worden aangemerkt, omdat de arbeidskracht arbeid verrichtte binnen haar bedrijfsvoering. De stelling dat het een klant betrof die voor eigen gebruik handelde, wordt verworpen vanwege de duur van de activiteit en vaste jurisprudentie. Appellant heeft onvoldoende pogingen gedaan om de identiteit vast te stellen, wat een schending van de medewerkingsplicht inhoudt.
Het feit dat niet is vastgesteld dat de arbeidskracht een vreemdeling is, doet niet af aan de overtreding. Ook het verzoek tot matiging van de boete wordt afgewezen, omdat het niet kennen van de arbeidskracht geen rechtvaardiging vormt voor het niet reageren op de vordering. De boete wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De boete van €8.000,- wegens het niet naleven van de medewerkingsplicht wordt bevestigd.