ECLI:NL:RVS:2014:4737
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot openbaarmaking niet-geanonimiseerde notitie
Het college van burgemeester en wethouders van Castricum wees op 19 december 2012 het verzoek van appellant om openbaarmaking van een niet-geanonimiseerde notitie af. Appellant wilde dat de naam van de persoon die informatie over hem verstrekte openbaar werd gemaakt. Het college beriep zich op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), dat bescherming biedt aan de persoonlijke levenssfeer.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het collegebesluit. Appellant stelde dat openbaarmaking van de naam noodzakelijk was voor een goede en democratische bestuursvoering en dat het geen persoonsgegeven betrof. Tevens voerde hij aan dat de persoon die de informatie verstrekte niet had aangegeven dat zijn gegevens vertrouwelijk waren en dat de notitie onjuistheden bevatte.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het recht op openbaarmaking volgens vaste jurisprudentie uitsluitend het algemene belang van een goede en democratische bestuursvoering dient, en niet het persoonlijke belang van de verzoeker. De persoonlijke levenssfeer van de persoon die de informatie verstrekte weegt zwaarder dan het algemene belang bij openbaarmaking van de naam. De stelling dat de notitie onjuistheden bevat, leidt niet tot een ander oordeel omdat alleen de vraag of het college het verzoek tot openbaarmaking mocht afwijzen aan de orde is.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot openbaarmaking van de niet-geanonimiseerde notitie wordt bevestigd.