ECLI:NL:RVS:2014:4709
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning op grond van artikel 13 besluit nr. 1/80
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie en Asiel op 9 augustus 2011 werd afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 13 januari 2012 ongegrond werd verklaard. De vreemdeling stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, die dit op 21 mei 2014 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 13 van Pro besluit nr. 1/80 van de Associatieraad betreffende de associatie tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije. De vreemdeling stelde dat dit artikel ook van toepassing is op de eerste toelating en dat het mvv-vereiste niet tegen hem mocht worden ingeroepen. De rechtbank had dit echter niet erkend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling geen rechten aan artikel 13 kon Pro ontlenen. Dit oordeel is in lijn met eerdere uitspraken van de Afdeling. Het hoger beroep werd daarom gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard. Tevens werd het besluit van 13 januari 2012 vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling, waaronder kosten voor rechtsbijstand en het griffierecht. Hiermee werd het beroep van de vreemdeling succesvol behandeld en het besluit van afwijzing van de verblijfsvergunning ongedaan gemaakt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 13 januari 2012 vernietigd en het beroep van de vreemdeling toegewezen.